Avond – Boudewijn de Groot

Avond – Boudewijn de Groot

Het nummer is een schitterend liefdeslied waarbij ieder woord raak is. Dat begint al in de eerste twee zinnen, waarin de buitenwereld, waar het stormt, regent en donker is, buitengesloten wordt, omdat binnen alles “warm en licht en goed” is. De twee mensen die binnen zijn kennen elkaar door en door, zo blijkt: “Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je ogen en ik ken je diepste angst.” Er is iets tussen deze mensen: een hoop op een toekomst samen, twijfel over de dingen die niet zeker zijn in die toekomst, en een diep vertrouwen in elkaar.

De avonden worden weer langer, de dagen korter, de R zit weer in de maand: kortom, het wordt herfst. Een lied dat daar voor mij gevoelsmatig bij past is het bekendste nummer van Boudewijn de Groot, Avond.

Dat vertrouwen spreekt ook uit het refrein, de kern van het lied: “Want je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij. Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij.” In deze regels wordt de onzekerheid geschetst. Alles kan in principe veranderen, we weten ’s avonds niet wat er de volgende dag zal gebeuren. Er kan iets gebeuren waardoor het leven radicaal veranderd, maar evenzogoed kan dat uitblijven. Uiteindelijk blijft zeker dat alles voorbijgaat, maar ook daarvan is het de vraag hoe snel dat gebeurt – als het überhaupt gebeurt. Die onzekerheid wordt echter tegengegaan door een sterk geloof. Een geloof “in jou en mij”, waaruit niet alleen de overtuiging spreekt dat er mogelijkheden en kansen in de liefde liggen, maar ook een blind vertrouwen dat die liefde de onzekerheid kan overwinnen. Alles kan voorbijgaan, er kan van alles gebeuren, maar als we samen zijn en in elkaar blijven geloven, kunnen we de hele wereld aan – dat spreekt er uit die regels.

En zo komt de toekomst, de volgende morgen: “Uren langzaam wakker worden, zwevend door de tijd”. Met elkaar tegen de wereld, de toekomst in, die evenveel zekerheid geeft als het verleden: geen. Het is een ultiem in het moment leven, bij de dag, vertrouwend en gelovend dat alles wel goed zal komen.

Het mooiste gedeelte vind ik zelf het derde couplet, waarin het meubilair in de kamer, verlicht door een straatlantaarn, een eigen ziel krijgt. Ze gaan, net als de twee mensen in het lied, slapen, maar zijn vrienden geworden. Ze zijn samen op hun plaats, wachtend op een nieuwe dag vol nieuwe kansen: “vanavond gaan we slapen en morgen zien we wel.”

En toch, voor het refrein dan weer komt, is er nog een cruciale zin: “Maar de dingen in de kamer zouden levenloze dingen zijn zonder jou.” De ziel van de dingen, hun leven, ligt besloten in de liefde tussen twee mensen, waardoor de wereld er anders, mooier en poëtischer, uitziet.

Geloof, hoop en liefde: ze geven ons de kracht, de moed en het vertrouwen om op een stormachtige avond te gaan slapen en de volgende dag wel te zien hoe het leven verder gaat. Er is toch eigenlijk geen mooier idee mogelijk met de herfst voor de deur.


Chris Flinterman blog

Chris Flinterman is Researchmasterstudent Duitse literatuur aan de Universiteit Leiden. Daarnaast zelfbenoemd muziekprofessor met een erg brede smaak: van ABBA tot ZZ Top en alles wat daartussen ligt. Op Twitter te volgen als: @CFlinterman. Blogt verder op 33.45fm over oude rock ‘n roll.

Share this post